Dvoráks ‘Rusalka’ verdrinkt in het platte en drukke concept dat erop geplakt is



Rusalka De Nationale Opera/Concertgebouworkest ** Wat een spectaculair decor had De Nationale Opera voor Rusalka laten bouwen. Een toneelbreed huizenblok dat naar links, rechts, omhoog en omlaag kon schuiven, waarachter dan een compleet andere droomwereld zichtbaar werd. Maar wat had dit decor, dat je eerder verwacht in Kurt Weills Street Scene , met Antonín Dvoráks opera uit 1901 te maken? Voor we dat proberen uit te leggen, laten we eerst het positieve benoemen. In de bak zat vrijdagavond het Concertgebouworkest dat gedirigeerd werd door de debuterende Joana Mallwitz. Wat zij en de musici lieten horen had wel alles te maken met de Boheemse golfslag van de fantastische muziek, die Dvorák voor zijn juweel van een opera schreef . Dat de Duitse Mallwitz al zeer ervaren is in het operarepertoire – vaste aanstellingen bij de operahuizen van Hannover en Nürnberg – hoorde je vrijdagavond in alles terug. Soms heftig gesticulerend hield ze perfect de balans in de gaten, overstemde nergens de zangers en gaf de opera vanuit de bak hart en ziel terug die op de bühne zo node gemist werden. Niet ultiem vervoerend, maar wel steengoed. Regisseurs Philipp M. Krenn en Philipp Stölzl, de laatste ook decor – en lichtontwerper, verplaatsten het verhaal over een ongelukkige waternimf in een donker Boheems woudmeer naar een Amerikaanse achterbuurt vol heroïnehoeren, gangsters, bag ladies en andere louche figuren. En daarmee sloegen ze het verhaal zo plat als een dubbeltje. In het origineel wil zeemeermin Rusalka mens worden, een ziel krijgen, omdat ze een knappe prins heeft gezien aan de rand van het meer. Met de nodige toverspreuken lukt dat, maar heks Jezibaba zegt haar dat ze in de mensenwereld haar stem zal moeten verliezen. Als de relatie mislukt – en dat doet-ie natuurlijk – kan ze alleen terugkeren naar haar zusters in het meer als een dwaallicht en zal de knappe prins in haar omarming moeten sterven. Rusalka’s vader de Watergeest waarschuwt haar met nadruk: ‘Als je daarheen gaat, ben je verloren voor altijd’. Dat klonk bijzonder vreemd nadat we het hoertje Rusalka net heroïne hadden zien spuiten. Zo te zien was ze in deze achterbuurt immers al totaal verloren. De betere wereld in deze setting was het Hollywood van de jaren vijftig. De prins was een filmster met de naam Eric Prince (kan het flauwer?), en zijn tegenspeelster Carlotta Knezna (Tsjechisch voor prinses – het kan flauwer). Zij speelden de hoofdrollen in de film The Prince and the Mermaid , zoals een grote billboard liet zien. Na de pauze was die vervangen door The Mermaid Returns . Van dat werk dus. Die flinterdunne filmwereld stond in dit concept voor de droom waarin Rusalka wilde vluchten met haar prins. Heks Jezibaba toverde in de kelder van haar kap- en nagelsalon de zeemeermin niet om in een mens, maar gaf de verloederde Rusalka een ruige make-over naar seksbom à la Marilyn Monroe, inclusief de big boobies . Zo leek ze precies op Carlotta Knezna, de Vreemde prinses. Dit soort concepten kan soms werken, iets toevoegen aan een opera van een eeuw oud, maar hier was het voornamelijk overbodige ballast. Het met allerlei extra personage volgestouwde toneel leidde enorm af, nevenplotjes die niets toevoegden dan louter niet kloppende couleur locale . Overtollige en ééndimensionale beelden waren het, waardoor het drama van Rusalka mijlenver op afstand bleef. De solisten konden maar met moeite door dit duffe smoke screen van de regisseurs heen zingen. Johanni van Oostrum (Rusalka) en Pavel Cernoch (Prins) kwamen een eind, maar forceerden beiden in de hogere regionen. En Cernochs vibrato begint alarmerend te worden. Het was natuurlijk jammer dat Van Oostrum haar beroemde Aria aan de Maan moest zingen in de kille schijnwerper die gericht was op het billboard met haar droomprins. Dat ze ondertussen ook nog haar arm moest afbinden om de volgende spuit te zetten, gaf een beetje het onmuzikale niveau van deze voorstelling aan. Best van al was de Amerikaanse mezzosopraan Raehann Bryce-Davis als heks Jezibaba. Een romige, volle stem die met veel overtuiging werd ingezet. Annette Dasch had ook al zo’n moeite met de hoogte van haar prinsessenrol, en Maxim Kuzmin-Karavaev maakte hoegenaamd geen indruk als Watergeest. In de kleinere rollen konden Karin Strobos, Erik Strobos, Elenora Hu, Inna Demenkova en Maya Gour gelukkig wel overtuigen. Dat een totale ontkenning en verdraaiing van een opera-libretto wel degelijk kan werken, bewees de geweldige enscenering van Webers Der Freischütz van regisseur Kirill Serebrennikov. Dat was precies een jaar geleden de Holland Festival-bijdrage van De Nationale Opera en het Concertgebouworkest. Toen ook met Johanni van Oostrum, die als Agathe veel beter tot haar recht kwam. Nog zeven voorstellingen t/m 25 juni. In het kader van het Holland Festival wordt de opera op 15 juni op groot scherm vertoond in Park Frankendael. De toegang is daar gratis. Info: operaballet. nl of hollandfestival.nl Wat volgde was een geniale onttakeling van deze eerste romantische griezelopera van Carl Maria von Weber uit 1821. Met volledig behoud van, en respect voor de geniale muziek. In de bak werden die schitterende noten met verve verdedigd door het Concertgebouworkest onder leiding van de jonge Oostenrijker Patrick Hahn.


Geef een reactie

WP Radio
WP Radio
OFFLINE LIVE